Naar de maan en terug met Scorsese en Meliès

14 feb

Zou het toeval zijn? Op het International Film Festival Rotterdam (IFFR) van 2012 gingen zowel ‘Hugo’, de nieuwe film van Martin Scorsese als een gerestaureerde versie van Georges Meliès’ vroege filmklassieker ‘Le Voyage Dans la Lune’ in première. En die films hebben aardig wat met elkaar te maken.

Het duurt wel even voor dat de overeenkomsten zich openbaren bij het bekijken van ‘Hugo’. De film speelt zich af in een Parijs’ treinstation in de jaren ’30, waar een jonge wees – uiteraard Hugo genaamd – zich na het vermist raken van zijn oom en voogd ontfermt over alle klokken. Gelukkig houdt de jongen wel voor een beetje geknutsel, waardoor hij ook nog tijd over houdt om een fascinatie te ontwikkelen voor de automaton – een zelfbewegende primitieve robot – die zijn vader hem heeft nagelaten. Deze mist echter enkele onderdelen, dus moet Hugo bij de knorrige speelgoedwinkeleigenaar wat boutjes en moertjes zien te klauwen.

Het boeiendst van de film is misschien nog wel dat de levende legende Scorsese zich voor het eerst aan 3D waagde. Nu kwamen er vorig jaar ook al een aantal zeer interessante tot buitengewoon goede 3D-films uit van grote namen, maar wat mij betreft kan niemand uit het rijtje Wenders, Herzog en Spielberg aan Scorsese’s output van wereldfilms tippen. Gelukkig stelt hij geenszins teleur met ‘Hugo’: met zichtbaar plezier stort hij zich op de peilloze diepten van het 3D-beeld en voert hij de kijker door mensenmassa’s, spelonken, klokkenmechanismen en sneeuwbuien. Meerdere malen wordt Hugo achtervolgd door de sadistische gendarme (een niet zo boeiende Sasha Baron Cohen) die in het station orde en tucht wil bewaken, en deze scènes zijn bij vlagen adembenemend. Scorsese is als een kind in een snoepwinkel met deze filmische innovatie; onder zijn leiding wordt het driedimensionale aspect daadwerkelijk een toevoeging die betoverend werkt. Dat kan niet elke early adapter van 3D zeggen, ben ik bang.

Het verhaal, een verfilming van een boek van Brian Selznick (familie van de legendarische filmproducent David O. Selznick), is verder een beetje kinderlijk en voorspelbaar; de eenzame wees ontmoet een schattig meisje annex boekenwurm, samen ontdekken ze de wereld, ze heeft een hartvormige sleutel die zijn automaton weer aan de praat krijgt, iedereen gelukkig et cetera. Het Disneygehalte is behoorlijk hoog, allerminst gehinderd door de Kerstsfeer van sneeuwvlokken, knisperende haardvuren en aanzwellende strijkorkesten. Het wil nog wel eens neigen naar iets te veel van het goede, maar als visueel vernieuwend spektakel stelt de film allerminst teleur.

Mijn gehele recensie van de film van je hier.

Maar dan hebben we die speelgoedwinkeleigenaar nog. Die heet papa Georges, en dan begint het al te dagen voor iedereen die heeft opgelet bij het lezen van de eerste alinea net: dat is natuurlijk Georges Meliès, oud en verbitterd geraakt nadat zijn filmproductiemaatschappij ter ziele is gegaan en zijn filmstijl compleet uit zwang is geraakt. Zo verging het de echte Meliès ook, en net als toen in de jaren ’30 kwam er gelukkig gerechtigheid voor de oude meester die in de uiterste begintijd al de meest magische trucages uithaalde met film, toen de gebroeders Lumière nog simpele treinen filmden. Hij werd gerehabiliteerd en zijn werk is sindsdien gecanoniseerd als verbijsterend goed pionierswerk.

We hebben er een eeuw op moeten wachten, maar nu weten eindelijk dat dat maanbloed.... rood is.

Gelukkig maar, want daar hebben we het nu aan te denken dat onlangs een volledig gerestaureerde kleurenkopie van zijn beroemde meesterwerk ‘Le Voyage Dans la Lune’ uitgebracht is. In zwart-wit was hij al wereldberoemd, maar toen ruim een decennium geleden plotseling een half vergane kleurenprint in Catalonië opdook was het opeens mogelijk de film in zijn verloren gewaande glorie te herstellen. En ja, daar is men dus echt meer dan tien jaar mee bezig geweest.

Dat was in Rotterdam te zien in de bijgevoegde documentaire ‘The Extraordinary Voyage’, waarin uit de doeken wordt gedaan hoe dat afgrijselijk precieze karwei geklaard is. Het is interessant om te zien, maar het duurt niet lang voordat je niet meer kun wachten om het echte werk te mogen aanschouwen. Dat zal nooit teleurstellen, en de felle kleuren doen de extravagante trucages en decors volledig recht. De muziek van Air die erbij werd gespeeld was niet erg memorabel, maar kon niet voorkomen dat zelfs voor mensen die ‘La Lune’ al een handvol keren gezien hebben het een zeer aangenaam weerzien was.

Dat Scorsese juist dit verhaal, dat eigenlijk een gecamoufleerde biopic van cq. ode aan Meliès is, in 3D heeft gefilmd is dan eigenlijk volkomen logisch en terecht. De parallel is overduidelijk: zoals Meliès ruim een eeuw geleden de grenzen van de mogelijkheden van de cinema opzocht met vernieuwingen als gezichtbedrog en montage, doet Scorsese nu hetzelfde met film in 3D. Natuurlijk is de revolutie stukken minder klein –de wet van de remmende voorsprong betekent dat het eerste decennium van de cinema veel meer revolutionaire nieuwigheden konden worden geïntroduceerd dan honderd jaar later –, maar ergens is het een interessant doortrekking van dezelfde ambitie. ‘Hugo’ toont aan dat er met 3D verfrissende, inspirerende nieuwe varianten van cinema mogelijk zijn. Het is een compliment waard dat Scorsese na zo’n rijke carrière nog zo hongerig is naar zo’n mate van innovatie. Voor ‘Hugo’ is hij genomineerd voor onder andere een Oscar voor de beste regie, en het zegt veel dat hij als een van de favorieten daarvoor mag worden gerekend.

Tags:, , , , , ,

Er was eens ‘Once Upon a Time in Anatolia’

24 jan

Het is duidelijk dat je verwachtingen schept als je je filmtitel met ‘Once Upon a Time in…’ laten beginnen. Met name door de twee varianten ervan van Sergio Leone ligt de lat hoog en moet je eigenlijk wel een weids epos afleveren, liefst met veel rurale vergezichten. En mondharmonica’s. OK, goed, niet noodzakelijkerwijs met mondharmonica’s, maar enige visuele grandeur is in feite een vereiste.

Gelukkig zit je met de Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan wat dat betreft al snel goed: zijn vorige film ‘Three Monkeys’ maakte veel indruk en dat werd meer dan geholpen door de grauwe panaroma’s van een niet zo heel pittoresk Istanbul – het leek Iñárritu’s Barcelona wel. Donkere wolkenpakken beklemden de hoofdpersonages de ganse film lang.

Dat belooft wat ja.

Nu treffen we die luchten niet in het Anatolië in deze film, maar het is erg eenvoudig om hier een western in te zien. Het Anatolische platteland, waar vrijwel de gehele film zich afspeelt, is uitgestrekt en uiterst dunbevolkt, en de personen die er wel rondlopen zijn vooral norse, besnorde mannen van middelbare leeftijd. John Wayne op zijn Turks, ongeveer.

Toch is het verder allerminst conventioneel. Sterker nog, het is een van de meest enigmatische films die ik in tijden heb gezien. De eerder genoemde mannen zijn politieagenten en hun verdachten die, nadat de laatste twee al hebben bekend een moord gepleegd te hebben, alleen nog even het lijk moeten vinden. Het is een formaliteit die niemand nog lijkt te interesseren (ook de regisseur laat zijn camera af en toe gewillig afdwalen), op de politieoverste met zijn abrupte woedeuitbarstingen na dan. Verder gaan de gesprekken vooral over verschillende typen yoghurt en de conditie van ieders prostaat, en richt de aandacht zich vooral op het zeer spaarzame vrouwelijk schoon in de regio – alle jongelingen trekken weg naar de grote stad.

Een gezellig avondje uit, Anatolië-stijl.

Maar goed, de vrouwen. Ze komen weinig in beeld, maar desondanks overheersen ze het hele verhaal. Al die norse mannen hebben wel hun eigen probleem, en het wordt steeds meer duidelijk dat die in werkelijk elk geval te maken hebben met de andere sekse. Nogal logisch, gezien de botte, boerse macho-imborst van de meesten van hen, maar het is mooi om te zien hoe die ruwe bolsters gaandeweg steeds meer zwakte tonen.

Ze blijven desalniettemin gesloten en introvert, en ‘Anatolia’ doet weinig moeite om een logische, eenduidige ontknoping te bieden. De beweegredenen van de hoofdpersonen blijven tot het eind mysterieus, maar wel op een mysterieuze manier – vooral omdat de basale structuur van het plot en de paar gebruikte genreconventies je aanvankelijk wel al het verhaal ingezogen hebben. En dus blijft de ‘Once Upon a Time in Anatolia’ eindeloos door het hoofd malen, op zoek naar zingeving die zich net niet helemaal wil ontvouwen. Dat lukt er maar weinigen.

Ik heb de film nog wat uitgebreider gerecenseerd voor Movie 2 Movie; die recensie vind je hier.

Tags:, , , , , , ,

Vertigoën: is elke filmscène is beter met Herrmanns muziek eronder?

14 jan

‘Ik wil een verkrachting aangeven’, schreef Kim Novak in haar paginagrote, Caps Lockvriendelijke advertentie in Variety. Pardon, is deze 78-jarige actrice in ruste aangerand? En waarom zou je dat middels een enorme advertentie aan aan de grote klok willen hangen?

Nee, ze was niet lijfelijk misbruikt, maar haar filmische nagedachtenis wel. Michel Hazanavicius had namelijk in zijn ‘The Artist’ (een film waar ik persoonlijk erg over te spreken ben) een fragment van de iconische filmmuziek van Bernard Herrmann uit ‘Vertigo’, Alfred Hitchcocks klassieker uit 1958 waar Novak een hoofdrol in heeft, gebruikt. En nee, daar is madame Novak niet erg blij mee.

Kim Novak heden ten dage. Goddank heeft ze haar eigen wenkbrouwen weer laten staan.

Je ziet het al aankomen: daar wordt je anno 2012 niet erg populair mee, zeker niet in internetkringen. Het overtrokken taalgebruik droeg daar ook niet veel goeds aan bij. Het vervolg is al even voorspelbaar – het internet riposteert.

Vooral de respons van het Press Play blog van Indiewire is erg inventief: laten we, in navolging van het sweden van films, nu films gaan vertigoën. Dit houdt in dat je een filmfragment kiest en er in plaats van de reguliere soundtrack het stuk uit Herrmanns ‘Vertigo’ score (‘Scene D’Amour’ genaamd) eronder zet. Press Play maakte er een wedstrijd van: wie kan de beste combinatie maken met het beroemde muziekstuk? Hun eigen voorbeeld, met de scène uit ‘Star Wars IV: A New Hope’ waarin de Death Star wordt vernietigd (zie de vorige link), was fraai en leidde tot talloze navolgingen.

Daar moest ik me natuurlijk ook aan wagen. Dat deed ik zelfs tweemaal, hoewel de combinaties ietwat gelijksoortig zijn – een cheesy film, een sterfscène en met een vergelijkbare opbouw. Laat ik ze hieronder even embedden.

De eerste is, hoe kan het ook anders, een fragment uit ‘Top Gun’, namelijk de scène waarin Goose het leven laat in een dogfight.

Mijn tweede poging is een overtreffende trap in cheesiness: ‘The Room’ van Tommy Wiseau, beter bekend als de slechtste film ooit gemaakt. Hiervoor gebruikte ik de scène die wellicht niet de meest iconische is, maar wel de meest hilarisch melodramatische en zelfmedelijdende: de apotheosis, waarin Johnny zelfmoord pleegt.

Wat denk jij? Zijn het verbeteringen ten opzichte van de originele scènes? Kan Bernard Herrmanns muziek zelfs ‘The Room’ redden? Welk filmfragment is hier bij uitstek geschikt voor? Hoek me op met je suggesties.

Tags:, , , , , , , , , , ,

Een brok gezelligheid in ‘Tyrannosaur’

7 jan

Ja, die Joseph is me er eentje. In de eerste scènes van de film krijgt hij het aan de stok met overeenvolgens een pubganger, zijn hond (die hij vervolgens doodschopt), een winkeleigenaar en wat poolende knullen in – wederom – een kroeg. En reken maar dat daar geweld bij komt kijken.

Dit is echter niet de Yorkshire-versie van ‘Old Boy’ (hoewel dat behoorlijk interessant klinkt eigenlijk). Joseph komt na verloop van tijd Hannah tegen, een diepgelovige middenklassevrouw die een kringloopwinkeltje runt. Je raadt het: de ruwe bolster ontdooit, zelfacceptatie volgt. Ongeveer dan.

Mijn vorige alinea klinkt wellicht wat cynisch, maar dat is niet de bedoeling. Dat zou niet terecht zijn gezien de kwaliteit van ‘Tyrannosaur’: het is een zeer indrukwekkende film. Dat heeft voor een groot deel te maken met de acteerprestaties van de hoofdrolspelers. Peter Mullan (Joseph) en Olivia Colman (Hannah) spatten van het scherm af; Mullan als tikkende tijdbom die in een goede bui nog uiterst passief agressief is, Colman als gelovige vrouw temidden een hoop enorme klootzakken en de twijfels die het oproept. Dit wekt al met al veel indruk, tot aan het niet al te opbeurende (doch nog ietwat ambivalente einde aan toe) apotheose aan toe.

Mijn hele recensie van de film kun je teruglezen op Movie 2 Movie.

Zou Peter Mullan ook in te huren zijn voor kinderfeestjes?

Tags:, , , , , ,

De tien beste films van 2011: nrs 5-1

30 dec

En met deze top 5, mijn vijf absolute favoriete films van 2011, sluit ik ook 2011 af als blogger. In het apocalyptische 2012 ben ik er weer met nieuw gemijmer over nieuwe films. En oude films. Tot volgend jaar!

Whoa wacht, wat doet dat konijn uit 'Alice in Wonderland' (1951) hier? Ik zou maar snel verder lezen voor het antwoord.

5.    The Artist

Dat ‘The Artist’, een Franse hommage aan/pastiche van de stille film als favoriet voor de Golden Globes en Oscars wordt gezien is ergens verbijsterend. We hebben het hier over een Franse indiefilm, grotendeels inderdaad zonder diëgetisch geluid, in zwart-wit en 4:3 beeldformaat en zonder grote Hollywoodsterren erin (sorry, John Goodman). Het gaat niet eens over de Tweede Wereldoorlog; er zijn geen halve of full retards. Maar aan de andere kant is het ook gewoon onmogelijk om ‘The Artist’ te weerstaan: het concept van een ode aan de stille film is al veelbelovend, maar juist doordat de film zoveel meer is dan een platte pastiche krijgt het waarde. Die zit in de tragiek van de hoofdpersoon (tegenover de opkomst van zijn vrouwelijke medespeelster), de subtiele humor, de prachtige visuele symboliek en niet te vergeten de spaarzame momenten waarop ‘The Artist’ stiekem wel gewoon een geluidsfilm is – met name in het adembenemende slotstuk. En mag dat hondje een Oscar krijgen, alstublieft?

4.    Black Swan

Niet veel van de films in deze eindlijst riepen echt gemengde reacties op, maar ‘Black Swan’ mag zich dat predicaat wel aanmeten. Begrijpelijk is het wel enigszins, gezien de belachelijk stereotype karakters en ietwat simpele verhaalopzet (‘ik moet die rol hebben!’). Maar deze kritiek mist het hele punt van de film. ‘Black Swan’ is alle kanten opschietend, maniakaal, duister portret van een ambitieuze danseres die alle maniakale en duistere kanten moet opzoeken om haar grootste ambitie te kunnen verwezenlijken. Meer nog roept ‘Black Swan’ de vraag op of die ambitie überhaupt de belachelijke moeite en lijdenswegen wel waard is. Aan het eind weet je niet noodzakelijkerwijs het antwoord, maar ben je wel als lichtvoetige ballerina meegesleept naar de zowel de diepste krochten van menselijke obsessie en de stratosferische hoogten van de artistieke perfectie waar deze toe kan leiden. Alle visuele pracht is overweldigend, maar bovenal doelmatig en perfect opgebouwd. En dat is onder andere waarom ‘Black Swan’ wel in deze lijst staat en een ‘Melancholia’ niet.

Laat ik het zo zeggen: als ik ooit een regisseur moest vinden om de tocht van Aeneas of Dante Alighieri naar het dodenrijk moest verfilmen, zou Darren Aronofsky heel hoog op het lijstje staan.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/03/31/2011-mijn-favoriete-films-tot-nu-toe-deel-2/

3.    Mistérios de Lisboa

Raoul Ruiz, die ons tragisch genoeg dit jaar ontvallen is, maakte met ‘Mistérios de Lisboa’ een soort kostuumdramaversie van een soapserie, op zijn Portugees, en dan 4,5 uur lang. Klinkt apart? Ja, dat kun je wel stellen. Zoiets kan uitermate potsierlijk uitpakken, of simpelweg niet te behapstukken zijn, maar Ruiz levert hier een fascinerend kunststukje af dat je van begin tot eind iedere seconde aan het scherm gekluisterd haalt. De meeste dramatische verhaallijnen worden doorweven, groot fortuin wordt men in de schoot geworpen of lost op waar men bij staat; hele dynastieën voltrekken zich voor je ogen. Het wordt allemaal bij elkaar gehouden door de lyrische, prachtige regie van Ruiz, die continu de camera laat zwieren, waarbij karakters uit beeld verdwijnen of juist tevoorschijn worden getoverd, of eindeloos gevolgd worden. Je wordt in een cadans gebracht die waarschijnlijk die de dichtste evenaring is van de zwierende zinnen van het grootse epos waarop het is gebaseerd. De volgende keer dat je je afvraagt waarom ‘Oorlog en Vrede’ zo weinig is verfilmd (behalve die moeilijk vindbare Sovjetversie van tien uur dan), denk dan aan deze film en weet dat je gebeden al min of meer gehoord zijn.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/05/19/lisboa-somewhere-het-is-eenzaam-aan-de-top/

2.    Poetry

‘Poetry’ was waarschijnlijk een van de eerste films van het jaar die ik zag, en opvallend genoeg dus nagenoeg de beste. Hier weinig van de visuele grandeur, aanzwellende strijkers en dramatische dialogen die veel van de hierboven films kenmerken (weliswaar op een goede manier natuurlijk). Nee, in dit Koreaanse drama wordt alles op fluistertoon gebracht, met statische shots en weinig close-ups. En toch heeft het een zeggingskracht die overdonderend is: de hoofdpersoon is een vrouw op leeftijd die gewaarwordt dat haar kleinzoon – die zij opvoedt – een duistere kant heeft en dat ze zelf dementerend is. En iedereen om haar heen is cynisch en egocentrisch. Hetgeen leidt tot een existentiële crisis, waarin ze hoopt dat poëzie enige verlossing kan bieden. Uiteindelijk lukt dat, maar wanneer je merkt hoe duister en tragisch haar inspiratie is ga je je serieus afvragen of dat de versregels wel waard is. Of moet je juist concluderen dat de dichtkunst haar een zeer welkome uitweg biedt, een vorm van acceptatie? Het fascineert me een jaar na de eerste kijkbeurt nog altijd mateloos.

1.    The Tree of Life

Het heeft iets onoverkomelijks: ‘The Tree of Life’ op 1. Terrence Malick, de filosofiehoogleraar die filmmaker werd, maakt van elke film zowel een beproeving waar eindeloos op gewacht wordt als een lyrische, enigmatische exercitie naar de meest innerlijke kern van het bestaan. ‘The Tree of Life’ is daarop allerminst een uitzondering: via een gesjeesde architect en diens jeugd in het Texas van de jaren ’50 gaat de film helemaal terug naar de tijd van de dinosauriërs en de Big Bang in jaar zoektocht naar zingeving. Waar meerdere films dergelijke diepe thema’s aansneden en dergelijke visuele schoonheid tentoonspreidden, was ‘The Tree of Life’ de overtreffende trap van allen. Ik heb de film meerdere malen gezien en ben tot de voorlopige conclusie gekomen dat je hem tientallen keren moet kunnen kijken zonder dat hij stopt te overweldigen, maar ook zonder dat hij stopt te verbazen. Zoals het haastige konijn in ‘Alice in Wonderland’ is Malick je altijd net een stapje voor; nooit krijg je hem echt te pakken, maar je blijft er in oneindige nieuwsgierigheid achteraan rennen. En dat doet niemand hem na.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/06/14/meer-dan-een-natuurfilm-the-tree-of-life/

Tags:, , , , , , , ,

De beste films van 2011: nrs 10-6

29 dec

Om deze lijst nog een beetje behapbaar te maken, heb ik mijn Top 10 in tweeën geknipt. Dit zijn de nummers 10 tot en met 6, morgen volgen de bovenste 5.

Hey girl, deze foto van Ryan Gosling staat hier alleen maar om jou een plezier te doen. Graag gedaan.

10.    Incendies

‘Incendies’ is, kort gezegd, een mokerslag. Oorlog, moord, verkrachting, duistere familiegeheimen, de hele shebang komt voorbij zonder een greintje comic relief. Nee, alles draait hier om de afgrijselijke manier waarop oorlog een samenleving kan ontwrichten en elke mate van beschaafdheid doet verdwijnen. De verrassende ontknoping hakt er met name in – zelfs met alle tragiek die eraan voorgaat in het achterhoofd – op een manier die bij een tweede kijkbeurt niet meer zal terugkeren. Maar bij die eerste keer kijken word je heel, heel stil van deze film.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/03/31/2011-mijn-favoriete-films-tot-nu-toe/

9.    Drive

Dit jaar was er geen enkele film zo verdomd cool als ‘Drive’. Het maakte van Ryan Gosling een wandelende internetmeme, Nicholas Winding Refn de hipste regisseur in L.A. en veroorzaakt hoogstwaarschijnlijk een hausse aan slome ‘80s electro soundtracks. Laten we het hopen. Hoe dan ook is ‘Drive’ een van de beste genrefilms in jaren: van de onderkoelde autoachtervolgingen en het plotseling oplaaiende brute geweld tot de volkomen kitschy liefdesintermezzi, als kijkspel is de film werkelijk subliem. Veel thematische of narratieve diepgang is er niet in te bespeuren, maar de manier waarop Nicholas Winding Refn een half-trashy actiefilm kan maken en tegelijkertijd elke genreconventie demonstratief bij het grof vuil zet is indrukwekkend.

8.    Tinker Taylor Soldier Spy

Een broeierige spionagethriller maken is een ding – en niet per se erg uniek, maar wat Thomas Alfredson in ‘Tinker Taylor Soldier Spy’ doet is veel meer dan dat. Natuurlijk, het helpt om een pantheon aan topacteurs aan te trekken, een beroemd verhaal van John le Carré als basis te gebruiken en de jaren ’70 kantoren en decors in een sublieme art direction te recreëren. De grote ster van de film blijft echter Alfredson, die de film zo regisseert dat er geen overbodig zinnetje dialoog in valt en dat de meest cruciale gebeurtenissen soms verbijsterend terloops worden aangekaart. Menig recensent vindt de film moeilijk te volgen, maar dat is juist het punt. Ja, je moet je aandacht er continu bijhouden en soms scènes drie keer in je hoofd herhalen. Is er een betere manier om de kijker met een spion te laten identificeren?

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/12/21/mi-4-en-tinker-taylor-twee-tegenstrijdige-spionagefilms/

7.    The Future

Feit: het boeit Miranda July absoluut niet dat je ‘Me and You and Everyone We Know’ zo’n heerlijk wegkijkende, quirky feel-good indiefilm vond. Neen, zij maakt gewoon pas zes jaar later weer een langspeelfilm en gooit er een pratende kat en maan, een wandeland/dansend t-shirt en een bevreemdende affaire in. En het werkt. De ‘is dit het nu?’-twijfel die de neurotische hipster-dertigers overvalt is niet bepaald onontgonnen terrein, maar niemand geeft er zo’n unieke, weldoordachte draai aan als July. Hadden mannelijke filmmakers met dezelfde thematiek maar even veel cojones als deze madame.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/11/09/is-dit-dezelfde-film-%e2%80%98beginners%e2%80%99-versus-%e2%80%98medianeras%e2%80%99-en-%e2%80%98the-future%e2%80%99/

6.    A Separation

Zeggen dat ‘A Separation’ rijk is aan thematiek is nog een understatement. Je gaat bijna denken dat die filmtitel ironisch bedoeld is, want deze film gaat over zoveel meer dan een echtscheiding. Natuurlijk willen er twee mensen daadwerkelijk scheiden (hoewel, vooral een van de twee), maar al snel verdwijnt dat naar de achtergrond wanneer het plot zich verder ontvouwt. Niet alleen blijkt er een enorm verschil te bestaan tussen de welgestelde stedelingen en de lompe provincialen – een tendens die inmiddels wereldwijd te vinden is -, maar er komen ook nog diepgravender euvels aan bod. Uiteindelijk is het zo weinig duidelijk welk karakter nog betrouwbaar is en welke niet dat je je af gaat vragen of hier nog wel een rechtssysteem op te baseren is. ‘A Separation’ werd in Berlijn overladen met prijzen; je kunt alleen maar stellen dat dit volkomen terecht is.

Tags:, , , , , ,

De beste films van 2011 – Eervolle vermeldingen

28 dec

Het moge duidelijk zijn dat 2011 er bijna op zit, en dat het hoog tijd is voor een eindejaarslijstje. Wat zijn mijn favoriete films van het jaar geweest? Maar wacht, voordat ik aan die Top 10 begin kom ik eerst nog met een lijstje van eervolle vermeldingen: films die erg boeiend zijn, maar net niet goed genoeg voor de Top 10. Dat is geen schande, want wat mij betreft was 2011 een zeer behoorlijk filmjaar. Deze films staan trouwens in willekeurige volgorde.

Zoek op foto's met 'Kirsten Dunst Melancholia' als zoekterm en dit is de enige niet-naaktfoto in de bunch.

The Trip

Soms lijkt een goede film afleveren ontzettend makkelijk. Zoals bij ‘The Trip’: zet twee geslaagde, bekende komieken in een auto, laat ze zichzelf spelen en belachelijk maken en tegelijkertijd wat veel te dure restaurants afgaan; camera erbij en klaar is kees. Toch is dat maar het halve verhaal. ‘The Trip’ was oorspronkelijk een televisieserie met een totale speelduur van zes uur, die door regisseur Michael Winterbottom tot een film van anderhalf uur is gemonteerd. De kunst is dat ‘The Trip’ in die anderhalve uur weinig plot kent en het vooral van de geweldige dialogen moet hebben, maar nooit stuurloos of vervelend wordt. Beide hoofdrolspelers zijn dan wel gevat, olijk en succesvol, maar zijn ze onder de oppervlakte ook gewoon maar onzekere, wat aanklooiende veertigers.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/07/11/twee-kletskousen-en-een-camera/

Black Venus

Nee, ‘Black Venus’ is geen film voor een gezellig avondje uit. Dit ellenlange, tergende (en waargebeurde) portret van een Hottentotvrouw uit het begin van de negentiende eeuw die door Europa moet toeren en steeds meer aan lager wal raakt is vooral zeer aangrijpend: je wordt als kijker gelijk gesteld met het publiek dat in de film haar shows bekijkt. Door deze talloze optredens te moeten aanschouwen dringt tot je door wat voor een speelbal deze vrouw was geworden voor welk duister sujet ook maar haar in handen kreeg.

Sound of Noise

Tot afgelopen zomer leek in Scandinavië meer dan waar dan ook alles pais en vree; rijk en vreedzaam. Waar kun je als terrorist nog tegen ageren? Inmiddels weten we het antwoord helaas, maar voor die tijd leek de enige aksie die het land nodig had een tegen gezapige muziek. Dat alles dat Scandinavisch is en met terrorisme te maken heeft nu een ietwat nare bijsmaak heeft gekregen doet weinig af aan het plezier dat van ‘Sound of Noise’ afstraalt, dat vol zit met duizelingwekkende, avant-gardistische muzikale improvisaties en een flinke laag humor.

Mijn volledige recensie verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/05/11/zweedse-muziekterreur-the-sound-of-noise/

Armadillo

‘Armadillo’ lijkt een beetje op een first-person shooter, een game als Call of Duty. Alleen is het een documentaire, gefilmd rondom een Deense legereenheid die in Afghanistan geposteerd is. Jongens zijn het, de soldaten die in vuurgevechten geraken met Talibanstrijders, en het levert adembenemend spannende beelden op.

Mijn volledige recensie van Armadillo verscheen al eerder op De Maltese Valk: http://demaltesevalk.wordpress.com/2011/04/05/2011-mijn-favoriete-films-tot-nu-toe-slot/

Melancholia

Het zou niet relevant zijn om op te merken dat Lars von Trier een onuitstaanbare etter is, ware het niet dat zijn werk er altijd zo mee doordrenkt is. Ook in ‘Melancholia’, zijn nieuwste, krijgen zijn zelfmedelijden, manische depressie en ijdelheid weer centre stage. Gelukkig valt er voor de rest veel te genieten: Wagners bombastische muziek en Kirsten Dunst stelen tezamen de show en de thematische tweedeling die steeds doorklinkt is treffend gevonden. Dat het camerawerk telkens (maar vooral in het eerste deel) onnodig, misselijkmakend shaky is met het zoomwerk van een kind van acht, en dat Dunst en Charlotte Gainsbourg als ‘zussen’ niet eens van hetzelfde continent lijken te komen is jammer, maar als apocalyptisch bombast en als uitbeelding van manische depressie is ‘Melancholia’ zeer de moeite waard. Perfect, absoluut niet, maar wel razend interessant.

Tags:, , , , , , , ,

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.